Joyce Bosman zal komende zaterdag 5 november als spreker optreden op de NVH nascholingsdag te Ede. De NVH is de Nederlandse Vereniging voor Huidtherapeuten. Op deze nascholingsdag zal zij de klinimetrie bij oedeemtherapie belichten met als titel "to measure or not to measure".
Klik op de foto om naar de site te gaan
Joyce Bosman is als (oedeem)fysiotherapeut verbonden aan Medisch Centrum Zuid te Groningen. Daarnaast is ze docent van de keuzemodule Oedeemtherapie aan de opleiding Fysiotherapie van de Hanzehogeschool te Groningen. Ze organiseert de opleiding ‘Oedeemtherapie ad modum Vodder’ in samenwerking met Andreas Wittlinger van de Dr. Vodderschule te Walchsee (Oostenrijk). In 2009 heeft ze samen met prof. Neil Piller een onderzoek gedaan naar het effect van lymftaping op seroom na mammachirurgie in de Lymphoedema Assessment Clinic te Adelaide, Australie.
Hieronder haar inleiding voor de presentatie van zaterdag.
To measure or not to measure
Lymfoedeem ontstaat wanneer de lymflast groter is dan de lymfatische transportcapaciteit. De belangrijkste oorzaak is schade als gevolg van chirurgie en/of radiotherapie of malformatie van het lymfsysteem. Behalve lymphscintigrafie (het enige meetinstrument dat de functionele status van het lymfatisch systeem meet), meten alle andere meetinstrumenten tekenen van falen van het lymfatisch systeem in de afvoer van lymfvocht. Het maakt hierbij geen verschil in welk stadium het lymfoedeem zich bevind; subklinisch, vroege stadia met een hoog vochtgehalte of de latere stadia met meer vet en fibrose.
Lymfoedeem wordt in de vroege stadia gekarakteriseerd door een ophoping van lymfe, extracellulair vocht (ECV). Bio-Impedantie Spectroscopie is een hulpmiddel om deze vroege stadia te detecteren en biedt de mogelijkheid van vroege interventie en daaropvolgend het stoppen van progressie van de aandoening.
Voor het meten van fibrotisch weefsel gebruiken we traditioneel het teken van Stemmer. Dit wordt voornamelijk gebruikt voor de vingers/tenen, maar kan in principe op elk deel van het lichaam toegepast worden. Voor een objectievere meting van fibrose hebben we tonometrie/indurometrie, dat de weerstand van weefsels tegen compressie meet. Hoe dieper de indrukbaarheid, hoe zachter het weefsel. Bij fibrose neemt de weerstand tot compressie toe en zal de indurometer meting minder diep in het weefsel drukken en dus een lager cijfer weergeven.
Voor het meten van omvang en volume wordt in de meeste praktijken circumferentie gebruikt. Het meten van de omvang of volume kent het risico dat iemand ten onrechte de diagnose lymfoedeem krijgt of de progressie van het lymfoedeem maskeert. Een atrofie in de aangedane zijde (door immobiliteit) kan ten onrechte een afname van oedeem impliceren, en een toename van vetweefsel kan ten onrechte toename van oedeem impliceren. Ondanks de betrouwbaarheid van deze meetmethoden op korte termijn, zijn ze niet specifiek voor de diagnostiek van lymfoedeem over langere perioden.
Regelmatige metingen en het objectief maken van onze behandelresultaten is noodzakelijk voor verslaglegging naar verwijzers, verzekeraars, patiënten en voor eventueel wetenschappelijk onderzoek. Het verantwoorden van onze handelingen zal veel voordelen bieden voor de toekomst van oedeemtherapie! Deze presentatie zal verder uitweiden over de verschillende meetmethoden en de mogelijkheden binnen uw praktijk.



